Palmer Putman
Palmer Putman (1870–1910) was een veelzijdige Waregemnaar die zich verdienstelijk maakte als componist, toneelschrijver, uitgever, muziekpedagoog en cultureel ondernemer. Hij werd geboren in Waregem als zoon van een vlaskoopman, slager en herbergier. Al op jonge leeftijd ontwikkelde hij een grote belangstelling voor muziek en toneel. Hij begon zelf stukken te schrijven en te componeren en engageerde zich actief in de Waregemse rederijkerskamer Kunst en Eendracht.
Pas in 1892 kreeg Putman de kans om zijn muzikale opleiding verder uit te bouwen aan het Conservatorium van Gent. Omdat een jongere broer ondertussen mee kon instaan voor het gezinsonderhoud, kon hij zich eindelijk aan zijn studies wijden. Na zijn opleiding werd hij aangesteld als directeur van de Gemeentelijke Muziekschool van Waregem, een functie die hij tot aan zijn overlijden zou uitoefenen. Daarnaast opende hij een boek- en muziekhandel en vulde hij zijn inkomen aan als uitgever van toneelwerken en als verzekeringsmakelaar.
In 1899 trad Palmer Putman voor de tweede keer in het huwelijk, ditmaal met Elvira Callens. Samen kregen zij verschillende kinderen. Hun oudste zoon, Willem Putman, geboren op 7 juni 1900, zou later zelf uitgroeien tot een belangrijk Vlaams schrijver en toneelauteur.
Een van Palmer Putmans belangrijkste verwezenlijkingen was de oprichting van zijn eigen uitgeversfonds voor toneelwerken in 1900. Onder de naam Tooneelfonds Palmer Putman gaf hij niet alleen eigen werk uit, maar bood hij ook kansen aan tal van Vlaamse auteurs. Het fonds startte met het tijdschrift Onze Kringen en publiceerde werken van onder meer Pieter Pauwels, Pieter Kinis, Jac. Ballings en Putman zelf. Tot zijn bekendste toneelstukken behoren Werkersleer (1903), Wroeters (1903), De jonge weduwe (1904) en Broodnijd (1907). Het fonds kende een lange levensduur en bleef zelfs na de Tweede Wereldoorlog actief.
Naast zijn werk als uitgever was Putman ook dirigent van de Harmonie Sint-Cecilia. Als tekstschrijver inspireerde hij verschillende componisten. Zo werden zijn liedteksten onder meer getoonzet door Robert Herberigs (Mijn muizeken) en A. Van Aalst (Mijn hutteken zoet). Zelf componeerde hij muziek voor De Boerenkrijg. Zegezang van C. Huys en schreef hij verschillende eenakters en het zangspel Breidel en De Coninck, dat werd getoonzet door A. Verbrugghen.
In het Stadsarchief van Waregem worden verschillende partituren bewaard waaronder ‘Jubelzang’, een compositie van Palmer Putman op woorden van Pieter Kints, geschreven voor half-eeuwfeest van Mijnheer Julius Storme als Burgemeester van Waregem, toen nog Waereghem. Het werk werd uitgevoerd in 1897 door meer dan 300 uitvoerders, waaronder leerlingen van de muziekschool, andere zangers uit de streek en de fanfare Sint-Cecilia, die Palmer dirigeerde.
Ook zijn kinderen zouden zich onderscheiden. Dochter Julia Putman, geboren in 1901, werd een actieve voorvechtster van de Vlaamse zaak. Ze engageerde zich in de Katholieke Vlaamse Meisjesbeweging en vertrok later als missiezuster naar India, waar ze werkzaam was aan de Sacred Heart Training School in Srivilliputhur. Ze schreef onder meer De Brahmaanse weduwe en Kinderen in Travancore. Zoon Floris Putman, geboren in december 1902, werd priester en was onderpastoor in Wenduine en Sint-Baafs-Vijve. Ook hij schreef enkele toneelwerken en reisindrukken.
Palmer Putman overleed op 2 januari 1910 in zijn geboortestad Waregem. Hoewel zijn leven relatief kort was, liet hij een blijvende indruk na op het Vlaamse culturele leven. Als musicus, toneelauteur, uitgever en promotor van lokaal talent speelde hij een belangrijke rol in de verspreiding van het Vlaamse amateurtoneel en droeg hij bij aan de culturele bloei van zijn streek.
Bronnen:
tekst: Schrijversgewijs & Stadsarchief Waregem
foto: Cover partituur Jubelzang dankzij Stadsarchief Waregem